Toegegeven, de titel is licht misleidend. Datacenters worden zelden met echte bakstenen gebouwd. Toch daagt het nieuwe datacenter van LCL Brussels-North bewust de verwachtingen uit van hoe digitale infrastructuur eruit hoort te zien. De gevel trekt de aandacht. Al van bij de eerste ontwerpfase combineerde het project technische vereisten met een uitgesproken architecturale en artistieke ambitie.
Het oorspronkelijke idee om een kunstsculptuur op het dak te plaatsen kwam van CEO Laurens van Reijen. Kunstenaar Luk Van Soom vertaalde die visie samen met ontwerpers René Pijnenburg en Béla Zsigmond naar een krachtig visueel verhaal, ondersteund door een gevel die de sculptuur kan dragen. Het Projects team van LCL nam vervolgens de uitdaging op zich om dat verhaal om te zetten in een realiseerbaar gebouw. Chief Projects Officer Floris Smits en Project Manager Pieter Van Haegenbergh vertellen hoe die werelden samenkwamen.
Een creatief idee vertalen naar architectuur vraagt om een andere manier van samenwerken. Ontwerpers, architecten, ingenieurs, aannemers en studiebureaus werkten nauw samen. Soms buiten hun vertrouwde kader. Elke technische laag moest in het ontwerp worden geïntegreerd, zonder het visuele concept te verliezen.
“De echte uitdaging zit in het combineren van creatieve ideeën met praktische uitvoering,” zegt Pieter. “Het resultaat is een ontwerp dat echt uniek is.”
“De echte uitdaging zit in het combineren van creatieve ideeën met praktische uitvoering. Het resultaat is een ontwerp dat echt uniek is.”
Voor Floris is net die spanning wat het project zo boeiend maakt. “Ik ben een technisch persoon,” zegt hij. “Wat mij voldoening geeft, is iets dat eerst alleen als idee bestaat stap voor stap begeleiden tot het er echt staat. Tussen een idee en wat je uiteindelijk op de werf ziet, zitten heel wat stappen.”
In die zin gaat het nieuwe data center verder dan architectuur en infrastructuur alleen. Het weerspiegelt hoe LCL projecten realiseert: door partners op één lijn te brengen, vanzelfsprekende oplossingen in vraag te stellen, en details te verfijnen tot ontwerp, prestaties en veiligheid perfect samenkomen.
De toren aan de noordoostzijde van het gebouw speelt een sleutelrol in de totale compositie. Hij is zichtbaar vanaf de Brusselse Ring en fungeert bijna als een verticaal herkenningspunt voor de site. De toren is geen neutraal volume. De gevel toont een tekening opgebouwd uit lijnen en punten, die structuur en ritme introduceert zonder één vaste interpretatie op te dringen.
Overdag oogt het patroon subtiel en grafisch, en verandert het mee met het perspectief van de kijker. Wanneer de avond valt, onthullen meer dan 400 lichtpunten een extra laag. “Die ambiguïteit is bewust gekozen,” zegt Floris. “Het ontwerp is niet bedoeld om meteen leesbaar te zijn. Het laat ruimte voor interpretatie en nodigt uit om er anders naar te kijken.”
“Die ambiguïteit is bewust gekozen. Het ontwerp is niet bedoeld om meteen leesbaar te zijn. Het laat ruimte voor interpretatie en nodigt uit om er anders naar te kijken.”
De tekening blikt ook vooruit. Ze nodigt uit tot een poëtische lezing van de onzichtbare systemen die onze digitale wereld vormgeven, en verwijst naar wat nog komt. Ze vormt het decor voor het toekomstige kunstwerk op het dak, dat het verhaal letterlijk naar een hoger niveau zal tillen. Zodra alle elementen samenkomen, zal het gebouw leesbaar zijn als één coherent geheel.