Artificiële intelligentie wordt vaak voorgesteld als de ultieme productiviteitsmotor. Nieuwe technologieën beloven ons meer te laten doen, in minder tijd en tegen lagere kosten. Maar volgens de Belgische AI-strateeg Gaëlle Helsmoortel gaat die redenering voorbij aan een veel fundamentelere verschuiving. Als machines steeds meer van de uitvoering voor hun rekening nemen, is productiviteit niet langer waar organisaties het verschil maken. De echte vraag wordt dan: waar creëren mensen nog waarde?
Decennialang maakten consultants presentaties, stelden juristen contracten op en schreven marketeers teksten. Vandaag kan AI een groot deel van dat werk overnemen. “Uitvoering heeft geen waarde meer. Dat is werk voor machines”, zegt Helsmoortel. Als een AI-model in enkele minuten kan produceren waar vroeger uren werk voor nodig waren, wordt uitvoering bulkgoed. Dat zet meteen ook druk op businessmodellen die steunen op factureerbare uren en repetitief kenniswerk. De waarde verschuift naar de mensen die het juiste probleem definiëren, voldoende context meegeven en kunnen beoordelen of wat de bots opleveren ook werkelijk goed is.
Volgens Helsmoortel maken veel organisaties vandaag dezelfde fout: ze blijven AI inzetten om hun bestaande manier van werken zogezegd efficiënter te maken, in plaats van na te denken over hoe ze hun werk fundamenteel anders kunnen organiseren. “Er zijn twee AI-strategieën”, zegt ze. “De eerste is optimalisatie: blijven doen wat je altijd al deed, maar sneller, goedkoper en beter. Daar focust vandaag bijna elke organisatie op. De tweede is echte innovatie. Als machines de uitvoering overnemen, wat kun je dan doen met de tijd die vrijkomt? Wat was vroeger simpelweg niet mogelijk?”
“Laat machines de dingen doen die je saai vindt en gebruik die tijd om te netwerken, om echt aanwezig te zijn, om er te zijn voor je klanten.”
Die vraag leidt tot een heel andere kijk op AI. De technologie is niet waardevol omdat ze mensen nóg meer laat produceren. Ze wordt pas echt waardevol als ze tijd vrijmaakt voor iets wat alleen mensen kunnen: mens zijn. Machines kunnen vergaderingen samenvatten, documenten analyseren en rapporten genereren. Maar ze bouwen geen vertrouwen op. Ze ontwikkelen geen jarenlange relaties of voelen de subtiele dynamiek van een moeilijke onderhandeling niet aan. “Laat machines de dingen doen die je saai vindt en gebruik die tijd om te netwerken, om echt aanwezig te zijn, om er te zijn voor je klanten”, zegt Helsmoortel. Naarmate door AI gegenereerd werk alomtegenwoordig wordt, groeit vertrouwen uit tot een concurrentieel voordeel. “Mensen zullen willen samenwerken met mensen die ze kennen.”
Voor organisaties betekent dat dat mensen vóór technologie moeten komen. “Je creëert geen waarde door in tools te investeren. Je hebt die tools nodig, natuurlijk, maar je moet vooral investeren in mensen en in een fundamentele mentaliteitsverandering.” Die verschuiving verandert ook welke profielen binnen organisaties belangrijk worden. Helsmoortel wijst daarbij niet in de eerste plaats naar softwareontwikkelaars of AI-specialisten. Ze heeft het, met een knipoog, over “de saaie mensen”: de collega’s die jarenlang processen documenteerden, workflows in kaart brachten en erop stonden dat elke stap duidelijk werd beschreven.
“Als je processen kunt uitschrijven, betekent dat dat je behoeften kunt omschrijven. Dat je je eigen werk van context kunt voorzien. En dat is precies wat machines nodig hebben.” Goed prompten draait dus niet om slimme trucjes. Het begint bij een grondig begrip van je eigen werk. AI vervangt expertise niet, maar versterkt ze. Wie zijn vak door en door kent, kan die kennis het best vertalen naar duidelijke instructies, de output kritisch beoordelen en die vervolgens verbeteren.
Hetzelfde geldt voor een nieuwe generatie die de arbeidsmarkt betreedt. Jonge medewerkers leerden een vak traditioneel door routinewerk uit te voeren, fouten te maken en gaandeweg een eigen beoordelingsvermogen te ontwikkelen. Als AI een groot deel van dat werk overneemt, kunnen organisaties er niet langer van uitgaan dat ervaring vanzelf wordt opgebouwd. “Bedrijven moeten zich daarvan bewust worden en andere manieren vinden om jonge mensen het vak echt te leren.” Mensen leren werken met AI zal dus niet volstaan. Ze moeten ook de kans krijgen om expertise op te bouwen.
Als AI deel wordt van elke organisatie en elk aspect van ons dagelijks leven, is de vraag niet langer óf we de technologie zullen gebruiken. De vraag is welke samenleving we ermee willen bouwen. Volgens Helsmoortel ligt daar een belangrijke kans voor Europa. Europa heeft de race om de ontwikkeling van AI-modellen misschien niet gewonnen, maar de strijd om de toepassing ervan binnen ondernemingen ligt nog volledig open. En net daar kunnen we het voortouw nemen.
AI werd tot nu toe vooral voorgesteld als een wedloop naar grotere modellen en hogere productiviteit. Helsmoortel vindt dat Europa een ander pad moet kiezen. Dat begint met investeren in mensen, onze data beschermen en infrastructuur bouwen die verantwoord omspringt met schaarse grondstoffen zoals energie en water. Tegelijk moeten we technologie ontwikkelen die onze Europese waarden weerspiegelt, in plaats van simpelweg de technologie van anderen over te nemen.
“We hoeven geen nieuwe Google of OpenAI te bouwen. We moeten onze eigen weg vinden.”
Als machines steeds meer van de uitvoering voor hun rekening nemen, is productiviteit niet langer het einddoel. De echte kans ligt in wat mensen doen met de tijd die AI hen teruggeeft. Misschien biedt AI ons wel de mogelijkheid om opnieuw meer tijd te besteden aan wat ons menselijk maakt: nieuwsgierig zijn, duurzame relaties opbouwen en onze creativiteit gebruiken om dingen te bedenken die vandaag nog niet bestaan. “Ik denk dat we heel wat dingen in onze samenleving en in de wereld kunnen verbeteren als we AI op die manier gebruiken.”