Op het LCL Wallonia One Event gaf Vladimir Prodanović, Principal Program Manager bij NVIDIA, een keynote die het publiek wist te boeien. Hij schetste een helder beeld van waar AI-infrastructuur naartoe gaat, en hoe snel die realiteit verandert. Na zijn presentatie lichtte hij de belangrijkste trends verder toe.
De overstap van klassieke IT-belasting naar extreme AI-workloads zet datacenters onder stevige druk. Rackdichtheid wordt al lang niet meer in kilowatts gemeten. We schuiven op naar honderden kilowatts per rack, en de megawatt-era komt snel dichterbij.
Dat vraagt niet alleen meer van stroomvoorziening en koeling, maar ook van handling en installatie. AI-infrastructuur hertekent wat racks, zalen, en zelfs volledige gebouwen moeten aankunnen. Prodanović wijst erop dat nieuwe racks tot 1 MW ondersteunen en bijna 4 ton kunnen wegen. Volgende generaties worden nog zwaarder. Dat dwingt operators om de basis te herbekijken: verhoogde vloeren zijn geen vanzelfsprekendheid meer.
Ook de koeling moet mee evolueren. Naarmate racks richting megawattdichtheid gaan, wordt directe vloeistofkoeling de standaard. Luchtkoeling vangt dan alleen nog de restwarmte op. Dat vraagt om modulaire gebouwen, met aansluitingen voor stroom en vloeistof die je snel en veilig kan herconfigureren. En 1 MW, benadrukt Prodanović, is geen eindpunt, maar een tussenhalte.
Een van de meest vooruitstrevende evoluties bij NVIDIA is het gebruik van digital twins om data centers te ontwerpen. Nog voor er één kubieke meter beton ligt of één rack wordt geplaatst, simuleren en optimaliseren teams vandaag complete sites in software.
Prodanović verwoordt het zo: "We gebruiken AI om AI te creëren. AI-clusters worden eerst in software gebouwd, aangepast op basis van tests en vervolgens in de praktijk geïmplementeerd. Zodra operationele data beschikbaar is, worden deze opnieuw in de simulatie geïntroduceerd om het model te verfijnen. Deze aanpak ondersteunt de ontwikkeling van hele gebouwen, variërend van relatief bescheiden AI-clusters tot campussen op gigawattschaal."
Digital twins maken het mogelijk om layouts, koelstromen, powerverdeling, en groeiscenario’s vooraf te toetsen. Ze maken samenwerking ook concreter, omdat co-design echt efficiënt wordt wanneer iedereen hetzelfde virtuele model kan beoordelen. Voor operators betekent dat minder onzekerheid en vaak ook kortere trajecten, net omdat AI-infrastructuur sneller evolueert dan klassieke bouwcycli.
Hoewel hyperscalers het topsegment domineren, benadrukt Prodanović het blijvende belang van lokale en regionale data centers. Datasoevereiniteit, flexibiliteit, maar ook gemeenschappen vormen de basis voor een sterk lokaal AI-ecosysteem.
Hij verwijst naar landen zoals Denemarken, waar bedrijven, universiteiten, en datacenters samen investeren in nationale AI-infrastructuur. Soevereine cloud-initiatieven bouwen daar verder op een traditie van lokaal eigenaarschap en kleinere, regionaal gehoste infrastructuur. In andere regio’s, waar de afhankelijkheid van hyperscale cloud provides over vele jaren gegroeid is, ligt zo’n samenwerkingsmodel moeilijker.
Volgens Prodanović zit de echte verschuiving niet alleen bij de grootste spelers. De doorbraak komt wanneer meer organisaties weten hoe ze AI inzetten in hun dagelijkse werking. Lokale data centers versnellen dat, onder meer via edge-locaties die compute dichter bij eindgebruikers brengen.
De bedrijfscultuur bij NVIDIA is volgens Prodanović een belangrijk deel van hun voorsprong. Met ongeveer 39.000 medewerkers combineert het bedrijf de wendbaarheid van een start-up met de diepgang van een researchomgeving. Teams blijven dicht bij klanten, en bewegen mee op het tempo van de industrie.
Hij illustreert dat met een detail dat blijft hangen. Voor belangrijke presentaties werkt hij zijn slides vaak tot op het laatste moment bij. “Ik maakte mijn presentatie in de taxi van de luchthaven omdat ik altijd de laatste informatie wil delen,” zei hij. Het zegt iets over NVIDIA, maar vooral ook over de snelheid waarmee het AI-ecosysteem vooruitgaat.
Voor datacenters, klanten, en partners maakt dat drie dingen onmisbaar: flexibiliteit als uitgangspunt, voortdurend bijleren, en samenwerken met open geest. Prodanović schetst een markt die snel verandert en zich voorbereidt op een nieuwe operationele realiteit.